Voorhand: schouder lang, krachtig en schuin, met de opperarm een stompe hoek vormend, vlak aanliggend en goed gespierd. De stand van alle kanten bekeken recht. De voormiddenvoet iets schuin geplaatst. Parallel lopend.

Achterhand: dijstreek breed, krachtig en goed gespierd. De bovenschenkel tamelijk lang en van opzij gezien schuin geplaatst ten opzichte van de onderschenkel. De spronggewrichten goed gehoekt, breed en krachtig. De stand recht, naar buiten noch naar binnen draaiend. Hubertusklauwen (wolfsklauwen) dienen tijdens de eerste levensdagen te worden verwijderd.