![[IMAGE]](../../images/bckgrnd/int_log9.gif)
Misschien zeggen de namen “José de Bresser” of
“Peter van Kollenburg” je niet zoveel. Binnen de Bernerwereld is onze
kennelnaam namelijk veel meer bekend: “The Barking Bunch”.
Onder deze kennelnaam fokken we sinds 1982 zelf al Berner Sennenhonden. De vader
van José had echter al veel eerder Berner Sennenhonden. We vinden het leuk om
via deze weg iets over onze kennel en ervaringen te vertellen.
De eerste 10 jaar zijn we vooral als fokker bezig geweest
en hadden we eigenlijk alleen enkele teven. Daarna zijn we steeds meer
overgestapt naar het houden van reuen in plaats van teven. Dat is een van de
redenen van de naamsbekendheid van onze kennelnaam. Reuen die ingezet worden
voor het krijgen van een nageslacht krijgen namelijk gemiddeld meer nakomelingen
dan teven. De bekendste reuen van ons zijn Bandit Berny, Sir Sirius en Boss
Bonito, Eric’s Gobbel en Silent Simon, allen ‘from the Barking Bunch’. Het
leek ons leuk om je te vertellen waarom we ons juist meer richten op de Berner
mannen…
Show
Met Berner Sennenhonden kun je echt veel doen. Naast het
huis tuin en keukenwerk (spelen, uitlaten, plezier maken, knuffelen) is de
Berner ook geschikt voor gedrag en gehoorzaamheidsoefeningen en showen. Dat kun
je met een reu eigenlijk het hele jaar door doen. Op de training en bij een show
zijn loopse teven echter niet gewenst en dat beperkt je in het werken met de
hond. Daarbij komt ook dat wij vinden dat de mannetjes mooier zijn en meer
uitstraling hebben. Het is wel jammer dat er de laatste tijd steeds minder
Berners geshowd worden. De tentoonstelling (zoals de kampioensclubmatch) is een
goede gelegenheid om te zien wat er aan Berners beschikbaar is in Nederland. Het
bezoeken hiervan, en eventueel deelnemen hieraan, is een must voor iedere
(aspirant) fokker om zich goed te kunnen oriënteren. Jammer is het dat in het
clubblad geen showbeschrijvingen meer gepubliceerd worden. Die gaven heel veel
onafhankelijke informatie en ze bevorderden het showen.
Contacten
Ben je fokker dan zijn de meeste bezoekers die je voor de
honden krijgt (aspirant-) kopers voor de puppies. Hier heb je als fokker een
belangrijke rol in selectie en educatie van de beginnende Berner eigenaar.
Als je een dekreu hebt krijg je voornamelijk fokkers op bezoek. Je begrijpt dat de inhoud van deze gesprekken heel anders zijn. Niet beter of slechter maar je praat dan bijvoorbeeld vooral over goede en minder goede punten van de teef en reu. Je bespreekt de resultaten van eerdere combinaties en je kijkt dan naar eventuele verbeterpunten en of je die met de beoogde combinatie kunt bereiken. Door deze gesprekken met fokkers ben je als reu-eigenaar redelijk op de hoogte van alle goede en slechte zaken binnen het ras. We hebben in die jaren een “Lijst van Ellende” aangelegd waaruit blijkt dat helaas alle foklijnen en dus ook alle fokkers problemen in hun Berner nageslacht meemaken zowel binnen alsook buiten de club. Een fokker die zegt dat hij nog nooit problemen gehad heeft moet of nog beginnen met fokken of is niet helemaal oprecht. We zijn in verschillende landen bij Bernerfokkers geweest en overal zijn er punten van verbetering gewenst die internationaal hetzelfde zijn zoals bijvoorbeeld: levensverwachting te kort, dysplasieproblemen en fertiliteitproblemen.
Werken aan verbeteringen binnen het ras is een uitdaging
voor elke fokker en ook een lange weg te gaan. Helaas is binnen de fokkerij niet
altijd 1 + 1 = 2. De ander zijde, fokken is gokken, klopt natuurlijk ook niet.
Maar juist kennis van zaken vergroot de kans op verbetering.
Moeder Natuur (genetica) is en blijft echter altijd de baas in de fokkerij.
Invloed
Zoals hierboven beschreven heb je met een dekreu meer
invloed op het ras door het grotere aantal nakomelingen. Hierdoor is je
verantwoordelijkheid ten opzichte van het ras ook groter. Voor vele beginnende
fokkers treden we daarom ook op als een soort mentor: we adviseren ze en voeden
ze, indien nodig, ook op. Voor een combinatie ben je namelijk ook samen
verantwoordelijk (reu-eigenaar en fokker!).
Een van onze uitgangspunten voor het opzetten van een
goede, nieuwe foklijn is dat je de reu eigenlijk zelf moet fokken. Koop je
namelijk een puppy reu dan ben je noch van de vader, noch van de moederlijn
perfect op de hoogte. Je kent misschien wel de bloedlijnen (ouders en
voorouders) maar je maakt deze honden niet dagelijks mee. En juist dagelijks met
de hond werken geeft ons veel richting aan de gewenste ontwikkeling in de
‘nieuwe lijn’. Een eigen teef ken je door en door. Zodoende weet
je in ieder geval waar je op moet selecteren bij het kiezen van een
partner voor haar. Kennis en ervaring zijn in zo’n geval essentieel voor
succes. Een reu mag geen toevalstreffer zijn maar moet voortkomen uit een
uitgekiende combinatie met speciale fokdoelen voor ogen. Bedenk hierbij dat de
perfecte reu niet bestaat, teven-eigenaren zijn daar trouwens wel altijd naar op
zoek J,
maar dat je alleen op onderdelen kunt verbeteren.
Tips
Heb je zelf een reu en wil je die inzetten voor de fokkerij
laat hem dan eerst op de gewenste onderdelen aankeuren. Mocht dat allemaal goed
zijn laat hem dan niet beginnen met een jonge, onervaren teef en probeer een
mentor te vinden die je bij het dekken kan helpen. Denk er wel aan dat de hond
na zijn eerste dekking verandert: hij zal meer op andere honden gefixeerd zijn;
zet hem dus niet 1 keer in (want een puppy van hem is zo schattig) maar als je
er aan begint liefst vaker.
Heb je een teef let dan op gezondheid en karakter van de reu! Gebruik liefst ook de oudere reuen. Dit in verband met de te lage levensverwachting van het ras. Een oude reu heeft al laten zien dat hij ouder wordt dan gemiddeld!
Let ook op de fertiliteit van de reu. Het gemiddelde aantal
puppies per nest ligt al jaren op 6-6.5 maar er zijn ook uitschieters naar
boven. Zo had Bonito deze zomer een nest van 16 nakomelingen in één nest die
ook allen in leven zijn gebleven
(zie de mooie foto in de rubriek “news” op onze internetsite).
Circuits
Al jaren bestaat de Berner wereld in Nederland uit twee
circuits: het witte (de club) en het grijze of zwarte circuit (buiten de club).
Wij vinden het bijzonder jammer dat er zoveel energie gestopt wordt in het
oprichten van muren tussen deze twee circuits. Wij kennen in
Nederland geen fokker die met opzet slechte pups wil fokken. Iedere
fokker wil zo goed en gezond mogelijke pups fokken. Als je dat met zijn allen
probeert te doen dan gaat dat beter en boek je sneller vooruitgang! De Berner
Sennenvereniging streeft toch naar een zo goed mogelijk Bernerbestand in heel
Nederland, dus voor alle Berners!
Dat vraagt een andere benadering van de vereniging. In onze ogen moet de Berner Sennen vereniging zich meer richten op het belonen van goed gedrag van de leden/fokkers in plaats van straffen van slecht gedrag door te royeren. Op deze manier wordt de invloed van de club op de gehele Berner populatie in Nederland veel groter en zullen gewenste verbeteringen eerder behaald worden! Door mensen snel te royeren werk je het in de hand dat er relatief weinig fokkers lid zijn van de club (is nu zo’n 20 %). Al die andere fokkers (80 %) zijn daardoor onvoldoende op de hoogte van het wel en wee van de Berners. Zij kunnen dan ook niet reageren op bijvoorbeeld (nieuwe) richtlijnen van de club, resultaten van (gezondheids-)onderzoeken en dergelijke en kunnen zodoende hier ook onvoldoende op anticiperen en hun fokbeleid hier op aanpassen.
De doelstelling van de vereniging is toch immers ‘het
verbeteren en in stand houden van het ras’. Dus richt je als vereniging op de
GEHELE Berner Sennen populatie en betrek ALLE fokkers hierin. Blijf niet in twee
kampen denken. Samen ben je nog altijd sterker dan alleen!
Wij wensen iedereen heel veel plezier met hun Berner Sennen kameraad!